Het was een mooie dag in het late voorjaar van 2014 toen de brief van Stedin arriveerde. We konden slimme meters krijgen!

Nu hadden we al een aantal jaren een slimme meter van Oxxio, die daar ook nog wat voor in rekening bracht, maar deze was nu gratis. En nog slimmer. En de gasmeter ook meteen. En natuurlijk nog slimmer dan dat oude ding.

In het verleden hadden we al de nodige komische meer-akters gehad bij alle ideeën, die beheerders van infrastructuur kunnen verzinnen, maar de slimme meters was toch een van de betere ideeën gebleken. Dus wij wilden deze nog slimmere meters wel. Zeker als het gratis was.

Op de aangekondigde dag, 8 augustus 2014, verscheen een bestelwagentje van Joulz. Het bedrijf, dat het buitenwerk van Stedin uitvoerde. Een joviale man verscheen aan de deur. Hij zou de meters plaatsen. We hadden ons gas- en stroomgebruik al afgestemd op zijn verschijnen, dus hij kon meteen dat tijdelijk uitschakelen, zodat het loskoppelen en weghalen van de oude meters wat minder spannend kon gebeuren.

Niet alleen werkte hij stevig en opgewekt door, hij zong er de hele tijd bij. Het hele oeuvre van Elvis kwam langs en, toen we tijdens de koffiepauze onze waardering voor de kwaliteit van zijn imitatie uitspraken, ook nog op volle sterkte. It’s now or never.

De nieuwe meters hingen ook vlot op de plaatsen van de oude. Dat was bij ons geen meterkast, maar een ondiepe nis boven de trap naar de kelder. En daar kwam het kinkje in de kabel. Het aansluitkastje van het elektriek, waarschijnlijk origineel bij de bouw zo’n zeventig jaar eerder geplaatst, liet zich niet zo makkelijk dichtschroeven. Plop deed de ene schroef en stuiterde omlaag over enkele keldertraptreden de duisternis van de kelder in.

De kelder verzamelde al vele jaren alles wat elders in huis minder gewenst was en wij hielpen mee door dat alles dicht opeen te stapelen zodat er heel veel inpaste. Een schroef daar opzoeken in het licht dat die ene kelderlamp in het midden geeft, zou een dagenlange expeditie betekenen.

Een schroef is ook wel genoeg deelde Elvis mee. Er klonk een licht krak en een stukje bakeliet en schroef nummer twee verdwenen in de diepte. Elvis switchte even van repertoire. Maar gelukkig maar even. Zijn humeur kon wel tegen zo’n tegenslagje. Terug in de oorspronkelijk recital liep hij naar zijn busje.

Helaas niets te vinden wat in het antiek paste. Een heel stuk rood tape werd zolang meermalen om het kastje heengewonden, zodat wij niet per ongeluk met de volle spanning, die hier aangeleverd werd, in aanraking konden komen. Elvis zou binnenkort even langskomen met passende schroefjes en het kastje dan regulier verzegelen.

Inderdaad kwam hij een keer aan het eind van een werkdag gehaast langs met twee schroeven. De schroefdraad van het kastje zag in deze schroeven geen heil en wilde ze niet toelaten. Ik kom nog eens langs en Elvis verdween met zijn Joulz-busje.

De tijd verstreek en het rode plakband werd een gewoon verschijnsel in je ooghoek als je de kelder in of uit kwam. Ik heb ook niet de gewoonte de meters dagelijks te bestuderen en omdat het slimme meters waren hoefden wij of meteropneemheren, nooit een dame gezien die dat werk deed, er naar te gaan staren. Bovendien pasten de zwabbers, swiffers en ander gerei met lange stokken er ook makkelijk voor en daarmee uit en toch niet te ver weg. En het rood werd ook langzaam maar zeker wat donkerder rood. En hé, ik kom uit Utrecht, waar een noodgebouw rustig 40 jaar staat!

De tijd verstreek nog verder. Het moment kwam, dat ik eindelijk op mijn lauweren kon gaan rusten. Dat wil zeggen dat AOW en ABP mijn inkomen gingen verzorgen. Daar had ik dan een eeuwigheid of in ieder geval iets wat dat benaderde voor gezwoegd.

De kinderen waren al tijden het huis uit. Mijn vrouw had een hele reeks plannen, waarvoor nu alle ruimte was gekomen. Alleen moest ik nog gaan beseffen hoe verstandig en goed die waren. Mannen zijn altijd wat trager.

Een van de plannen was een ander huis. Er zat niet dagelijks een werkgever te wachten, dus kan je overal je domicilie kiezen. En de kleinkindjes woonden op verschillende plaatsen. Iets leuks daar middenin zoeken, is dus geen gek idee. En eindelijk eens iets nieuw.

Dochterlief en haar partner, met een van die kleinkinderen zochten juist iets in de buurt. Haar ouderlijk huis leek haar ideaal. Tenminste na wat verbouwen.

Heren, als uw vrouw en uw dochter iets een goed idee vinden, dan is dat ook zo. Niet atavistisch in je hol blijven zitten, gewoon gaan doen. Zo snel was ik zelf niet, hoor, ik ben ook gewoon een oude vent met de sexe-gewone verwerkingssnelheid.

En zo belanden we in een centraal gelegen nieuwbouwhuis, waar alles vers was. Ondertussen werd de oude woning onder handen genomen en heel veel zaken, weggesloopt die niet meer in deze tijd passen. Soms leek het wel archeologisch werk: behang uit de hippietijd verscheen en een al meer dan 35 jaar verdwenen luik, dat toegang gaf tot de kruipruimte. En het rode tape.

Nou, pa zal wel even Stedin bellen en alsnog de afwerking, het verzegelen van dat bakelieten kastje laten uitvoeren. Als gepensioneerde kun je in de stillere tijden bellen en dan lukt het bereiken van van zo’n monopolist wel eens.

‘Ik begrijp het’, zegt de dame na mijn verhaal, ‘Maar het is wel lang geleden.’
‘Nou, als u het nu in orde gaat maken, mag u de bos bloemen en de excuses op tv in een van de consumentenprogramma’s wel achterwege laten,’ wil ik zeggen, maar de dame is me voor en zegt: ‘Dat moet ik dus wel in rekening brengen.’ Verbijsterd kan ik nog stamelen: ‘wat kost dat dan?’ Het blijkt 46 euro te kosten. Hoe bestaat het: doe je werk niet goed en geef dan de klant de schuld en laat hem betalen om het eindelijk goed te maken. Wat een mogelijkheden voor het bedrijfsleven.
Ik geef maar toe, want naar de concurrent gaan is er niet bij. Als ze dwarsliggen heb ik een probleem.

Er wordt een afspraak voor 22 juni ‘s middags 2017 gemaakt en ik wacht in mijn oude woning, die al voor een groot deel al onder handen is genomen voor de aanstaande wederopbouw. Keurig op tijd wordt er aangebeld. Er staat een zeer stevig gebouwde man voor de deur, die de indruk maakt ook de sportschool niet te schuwen. Ruim een kop groter dan ik en twee keer zo breed. Met ‘Mag ik de meterkast zien’ opent hij de vijandelijkheden. Ja, daar sta ik net op te wachten, om u de meterkast te laten zien. Ik open de kelderdeur en hij stapt er direkt half in.

‘Dat kan toch niet?’
Nou, het kan prima en jarenlang probleemloos, maar het hoort niet. Daar heb ik jullie juist voor gebeld. Hij probeert het rode tape er af te rukken. Dat lukt pas bij de tweede poging en dat geeft toch wel aan dat het stevig dichtzat als iemand van zijn postuur, daar twee pogingen voor nodig heeft. Het kraakt bij het losrukken en ik ben even bang, dat het hele ding sneuvelt. Maar het vaste deel blijft zitten, en hij bestudeert het innerlijk. Wat ik net kan zien, zijn drie zekeringen oude stijl en mooie glimmende koperdraadjes. Precies zoals drie jaar geleden.

De Stedinheer ziet een gat in de kast aan de zijkant. Was dat het gekraak? 70 jaar oud bakeliet dat geen afscheid wilde nemen van het vertrouwde tape, dat je er net met veel geweld afgerukt hebt en nu ergens beneden in de kelder ligt? Heer deelt mij mee, dat hij gewoonlijk ‘van fraude’ is en dat hij het gaat fotograferen.

Zijn industrietabletje kan ook fotograferen en hij maakt een mooie close-up. Daarna gaat hij terug naar zijn bus. Er staat nu Stedin op, Joulz is verdwenen. Hij komt met twee schroeven terug, die ook niet echt geaccepteerd worden door de oude schroefdraad. Maar met een meer dan stevige ram er op, schroeven is niet meer nodig en waarschijnlijk ook nooit meer mogelijk, krijgt hij ze erin en rondt het af met twee mooie gele zegels. En de verwonde zijkant krijgt een soort zwarte pleister opgeplakt. Okee, dat kastje is officieel van jullie, dus daar hoef ik geen excuses voor.
‘Dit geef ik door aan fraude. Die kunnen van alles meten’ En hij verdwijnt richting bus.

Na drie jaar eindelijk de klus afgemaakt. Hetgeen mijn schuld schijnt te zijn. Zoals ik al zei, wat een zaligheid moet dat zijn om dat gewoon tegen je klanten te durven zeggen.

Het ziet er nu volgens de regels uit met die zegels. Daar gaat het om tenslotte. En als ‘fraude’ inderdaad alles netjes kan meten, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Elk in huis verbruikt wattje is altijd netjes betaald. Hopenlijk blijven de ingeslagen schroeven ook hangen in de restanten van schroefdraad daar binnen.

Het tape vindt ik later bij het uitruimen van de kelder, de laatste ruimte in huis dat aan de beurt komt. Stukjes bakeliet niet, maar bij het opvegen en uitzuigen van de kelder is er veel verdwenen, dat rammelende geluidjes maakte.

Het is nu eind augustus en ik heb niets vernomen van onze monopolist. Ook geen stiekeme extra posten op de maandelijks afrekeningen van de energieleverancier. Noch op mijn oude noch op mijn nieuwe adres dreigbrieven, aanmaningen, of, nauwelijks te verwachten eerlijk gezegd, excuusbrieven. Zelfs geen epistel, dat in kille ambtenarentaal mij vrijpleit van misdrijven, doch wel onderzoekskosten eist. Ook een wereld-idee: Onschuldigen laten betalen om hun onschuld te bewijzen. Nee, niets van dat alles. En goed beschouwd was het hun kastje en hun nalatigheid en ik slechts onwetende toeschouwer.

Hoewel, het kostte drie jaar en ik moest zelf actie ondernemen. Als ik dus niet bel, wordt dat op zijn vroegst ergens in het verzorgingstehuis dat ik een bezoekje van een Stedin-employee kan verwachten. En misschien verwelkom ik tegen die tijd wel elk bezoek. Zelfs van een monopolist.